Broodnodig begrenzen

Even terug schreef ik over het belang van het tevoorschijn luisteren van de ander. Als het niet (meer) lukt om de ander werkelijk te begrijpen, is het wachten op problemen in de driehoek. Maar natuurlijk is er meer nodig dan dat. Driehoekskunde leert ons immers met twee woorden spreken, zoals Chiel dat noemt. Zeg je verbinding, dan zeg je positie. Hebben we het over begrijpen dan hebben we het dus ook over begrenzen

Statistieken over het reilen en zeilen in driehoeken worden niet bijgehouden, maar ik durf de inschatting aan dat gebrek aan begrenzing in minstens 80% van de driehoekscasuïstiek een belangrijke rol speelt. Vaak gaat het ongeveer zo: lange tijd is er geprobeerd om via de zachte weg een keer te brengen in de steeds ingewikkelder wordende (samen)werking. Veel gesprekken, vaak veel vermijden en veel door de vingers zien. En dus ook weinig tot niet begrenzen. Het gaat hier immers wel om familie; die heb ik toch niet zomaar te begrenzen? 

Wanneer precies verschilt per driehoek, maar er komt altijd een moment dat dit niet langer vol te houden is. Dan werkt het als betonrot. Langzaam maar zeker ‘vreet’ het de constructie kapot, waardoor deze haar stevigheid verliest. Redenerend vanuit de zorgdriehoek dreigt de top dan door diens basis te zakken. Redenerend vanuit de interne driehoeken dreigt een heel team door zijn basis te zakken (met alle gevolgen van dien voor álle betrokkenen, dus ook cliënten en familie). 

Zonder tijdige begrenzing vaart geen driehoek wel. Wil een basis stevig kunnen worden èn blijven, dan zal begrijpen voortdurend met begrenzen moeten worden gemengd. Net als de betonmolen zal ook dit altijd moeten blijven draaien, altijd in beweging moeten zijn.  

Allereerst hebben wij zorgprofessionals onszèlf te begrenzen. Hoe gemakkelijk nemen wij beslissingen waar wij feitelijk niet over gaan? De intentie deugt (meestal), maar dat laat onverlet dat veel besluiten niet door ons genomen zouden moeten worden. Hoe snel beperken wij cliënten in de mogelijkheid eigen keuzes te maken, simpelweg omdat wij menen dat die anders een onverstándige keuzes zouden maken? Dan kan de intentie deugen, maar qua keuzevrijheid komen zij er bekaaid vanaf. 

Hetzelfde gebeurt richting familie. Zomaar zijn we zo (ongemerkt) dominant in onze opstelling, dat familie weinig anders kan dan erin meegaan. Nee, dit geldt inderdaad lang niet voor iedereen. “Familie wordt steeds mondiger!”, klinkt het geregeld. En dat is (meestal) maar goed ook. Maar voor veel familie geldt dit nog wèl. Spannend en ingewikkeld als het allemaal al is, zijn ze zomaar geneigd om zorgprofessionals blindelings te volgen. Daar kán vertrouwen achter schuilgaan, maar dat hoeft niet. En in ieder geval geldt: hierin hebben wij onszelf te begrenzen en de beslissing te laten waar hij hoort. 

Vervolgens richt begrenzen zich ook op de ander. Wat vinden we het vaak toch moeilijk om tijdig onze grens aan te geven. Wat laten we ons makkelijk meenemen in de emotie van de ander (die we vaak zo goed menen te begrijpen), waardoor we niet meer lijken te zien wat er nodig is aan begrenzing. Of, als we dit wel eens zien, hoe spannend en moeilijk vinden we het om duidelijk onze grens aan te geven en daarin stevig te blijven staan?  

Dit geldt zeker niet alleen voor teams, werkend op het belangrijkste (en wat ons betreft dus ook het hoogste!) niveau binnen zorgorganisaties. Nee, het geldt juist ook voor alle ondersteunende disciplines (op inhoud èn in de lijn). Grenzen in de dagelijkse praktijk zijn immers slechts zo stevig als dat ze verderop in de organisatie overeind blijven. Nog te vaak merk ik dat gestelde grenzen om zeep worden geholpen door collega-zorgprofessionals, vanuit welk positie dan ook (directe collega’s, leidinggevenden, artsen, bestuurders). Natuurlijk zijn ook daar altijd weer goede redenen voor, het probleem zit hem (meestal) niet in de intentie. Maar wat is de uitwerking? Betonrot, steeds weer. 

Bouw dus aan een stevige basis, door voortdurend te investeren in het begrijpen van de ander en door jezelf en/of de ander waar nodig te begrenzen. De twee zijn echt onlosmakelijk met elkaar verbonden. Verzaak het ene en je verliest beiden. Wees zorgvuldig in beiden en je bent goed op weg naar stevige driehoeken.